Er zijn twee verschillende aanduidingen voor de taalniveaus.
1 Voor Nederlandstaligen gebruiken we de referentieniveaus uit de Standaarden en eindtermen ve (Instroom, 1F, 2F). De taalniveaus lopen op in moeilijkheid. Als een Nederlandstalige bijvoorbeeld niveau 2F heeft, beheerst hij ook de lagere niveaus (Instroom en 1F).
2. Voor anderstaligen gebruiken we de ERK-niveaus uit het Raamwerk NT2 (A1, A2, B1, B2, C1 en C2). De taalniveaus lopen op in moeilijkheid. Als een anderstalige bijvoorbeeld niveau B2 heeft, beheerst hij ook de lagere niveaus (A1, A2 en B1).
Let op: Niet iedere taalgebruiker zal het hoogste niveau behalen.
Sterk vergelijkbaar, maar niet hetzelfde
De Standaarden en eindtermen van het Raamwerk NT2 worden vaak door elkaar gebruikt. Ze lijken sterk op elkaar, maar ze zijn niet hetzelfde. Ze zijn namelijk voor verschillende doelgroepen. Aan de hand van een voorbeeld leggen we de twee belangrijkste verschillen uit.