De Nederlandse taal is verdeeld in niveau's

Het leren van een taal doe je op het juiste niveau. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen Nederlandstaligen en anderstaligen. Dit is belangrijk om te weten, vooral als je op Aruba, Bonaire, Curaçao of de bovenwindse eilanden woont. Nederlands is dan vaak niet jouw eerste taal, maar er wordt vaak wel van je verlangd dat je de Nederlandse taal goed beheerst. In dat geval ben je 'anders-talig'.

Bij het volgen van een opleiding, cursus of training Nederlands zijn de leerstof en de exameneisen voor Nederlandstaligen en anderstaligen verschillend. Hier op Aruba, Bonaire en Curaçao volgen we de examens van CNaVT (Certificering Nederlands als Vreemde Taal).

Nederlandstaligen en anderstaligen

Nederlandstaligen hebben de Nederlandse taal als hun eerste taal. Zij zijn in het dagelijks leven opgevoed met de Nederlandse taal.

Anderstaligen hebben de Nederlandse taal als tweede, derde of zelfs als vierde taal. Zij zijn dus opgevoed met andere talen. De bewoners van Aruba, Bonaire, Curaçao, Sint Maarten, Saba en Sint Eustatius vallen vaak ook onder de 'anderstaligen'. Zij ervaren andere problemen bij het toepassen van de taal dan een Nederlandstalige persoon.

Verschil in aanduidingen

Er zijn twee verschillende aanduidingen voor de taalniveaus.

1  Voor Nederlandstaligen gebruiken we de referentieniveaus uit de Standaarden en eindtermen ve (Instroom, 1F, 2F). De taalniveaus lopen op in moeilijkheid. Als een Nederlandstalige bijvoorbeeld niveau 2F heeft, beheerst hij ook de lagere niveaus (Instroom en 1F).

2. Voor anderstaligen gebruiken we de ERK-niveaus uit het Raamwerk NT2 (A1, A2, B1, B2, C1 en C2). De taalniveaus lopen op in moeilijkheid. Als een anderstalige bijvoorbeeld niveau B2 heeft, beheerst hij ook de lagere niveaus (A1, A2 en B1).

Let op: Niet iedere taalgebruiker zal het hoogste niveau behalen.

Sterk vergelijkbaar, maar niet hetzelfde

De Standaarden en eindtermen van het Raamwerk NT2 worden vaak door elkaar gebruikt. Ze lijken sterk op elkaar, maar ze zijn niet hetzelfde. Ze zijn namelijk voor verschillende doelgroepen. Aan de hand van een voorbeeld leggen we de twee belangrijkste verschillen uit.

Voorbeeld

Hieronder staat een gedeelte van een folder over waterpokken. Mensen met verschillende taalniveau's gaan anders om met deze tekst. Is deze tekst voor iedereen te begrijpen?

Kennis van woorden 

Deze folder is op niveau 1F. De folder is dus voor een Nederlandstalige. Een volwassen taalgebruiker die in Nederland is opgegroeid kent de woorden: “waterpokken”, “koorts” en “virus”. Bijna elke Nederlandstalige heeft waterpokken gehad. De woorden hebben dus voor deze taalgebruiker een betekenis. Als je deze woorden niet kent, begrijp je de folder niet. Een taalgebruiker die pas net in Nederland is heeft deze woordenschat (mogelijk) nog niet. De folder is dan moeilijk te begrijpen.

(On)bekende kennis van de situatie

Aan het einde van de folder staat “Bel uw huisarts”. Dit is een normale zin voor Nederlandstaligen. Zij vinden het normaal om de huisarts te bellen met vragen. Voor een anderstalige is dit misschien niet normaal. De anderstalige weet misschien niet wat de regels zijn om een huisarts te bellen. Hierdoor zal een anderstalige meer moeite hebben met deze folder. Een folder op niveau A2 zou bijvoorbeeld ook aandacht besteden aan hoe het contact verloopt met de huisarts. Dan snapt de anderstalige hoe hij dit moet aanpakken.

Verschillen in taalniveau's

Er zijn dus verschillen tussen de aanduidingen in taalniveaus. Het verschil komt doordat de tekst bedoeld is voor een Nederlandstalige of anderstalige. Het niveau 1F is niet hetzelfde als het niveau A2. En zo is het niveau 2F ook niet hetzelfde als het niveau B1. Dit komt omdat de taalgebruiker met het niveau 1F of 2F is opgegroeid met de Nederlandse taal. Hierdoor heeft hij in zijn opvoeding al veel woorden geleerd. Ook kent hij de afspraken bij bijvoorbeeld het bellen van een huisarts. De anderstalige taalgebruiker heeft dit niet meegemaakt.

Dit betekent dat een anderstalige die het niveau A2 haalt, niet direct ook het niveau 1F heeft. Andersom heeft een Nederlandstalige die het niveau 1F haalt, vaak wel het niveau A2. Dit komt omdat een tekst op het niveau A2 meer woorden en situaties uitlegt.

bron: https://www.lezenenschrijven.nl/sites/default/files/2020-08/Verschil_in_niveau-aanduidingen_Nederlandstaligen_en_anderstaligen_LS_V201701.pdf

made with